Op 12 april 2013 ben ik aan het werk in de tuin, een beetje schoffelen.
Het weer is schraal en het tocht ook buiten.
Er stopt een auto en de chauffeur parkeert de wagen op het parkeerterrein.
Er komen 4 mensen uit de wagen en ze lopen de oprit op.
Persoonlijk ken ik deze mensen.
Misschien zijn ze gekomen voor de familie Kok, maar dat is niet glad, want ze zijn naar de USA.
Maar, nee hoor!.
Ze moeten kennelijk mij hebben.
Ik kom ze tegemoet.
We geven elkaar een hand en zeggen vervolgens wie we zijn.
De oudste man noemt zoch Rim de Vries.
Dan gaat mijn licht op.
Dit moet de oudere broer van Meinderd de Vries uit Maastricht, die soms op de racefiets aanwaaide.
Maar we hadden één keer de hele familie op bezoek en we kregen een brief van Tjits de Vries.
Behalve Rim de Vries is er ook zijn vrouw, dochter en zijn schoonzoon.
Graag zien ze het raampje, waardoor een Duitser schoot in de oorlog, toen Meinerd ontsnapte voor de Duitse razzia.
Aan de zuidkant vinden ze het bewuste raam, maar hij wijst het verkeerde glaasje aan.
Dus wijs ik het juiste glasje aan.
Ik wijs ze op de verbouwing van de school.
Er staat een etage op het achterse gedeelte.
"Alleen om te wonen", vertel ik.
Dat vinden ze wel apart.
Maar wat moet ik ervan zeggen.
Ik vind het heel interessant.
Ik vertel, dat het plafond gemaakt is van beton, dat met het oog op een mogelijke uitbreiding.
Van de noodlokalen heb ik maar niet verteld.
Daar waar vroeger het schoolplein en nu de tuin maakte ik een foto van het echtpaar.
Dochter en de schoonzoon hielden zich zoch gepast op de achtergrond.
Ze hadden hier niet gewoond, noch de school bezocht en ook zijn vrouw niet.
Rim vertelde, dat hij noch wist, dat de school werd gebouwd.
Ze hadden toen aanvankelijk in het kantongerecht tijdelijk gewoond.
Ikzelf wist, dat het bestuur van de ULO nummer 3 en 5 wilden kopen voor hun personeel.
Dat gebeurde voor het pand Langestraat 3, maar nummer 5 werd gekocht voor de boer Wieringa, die zijn broer liet wonen in de boerderij de Mokkenburg.
De voortuin bestond voornamelijk uit gras om te maaien en het schoonhouden van de paden langs het huis behoorde tot het takenpakket van Rim.
Complimenten kreeg ik van de dochter van Rim over de achtertuin.
Ze vond het mooi.
Ze gingen verder.
Ze waren gekomen alles even te bekijken en ik kreeg het e- mail van Rim de Vries.
BIJ DE "DUIVELSKOLK"
TUSSCHEN NOORDHORN EN NIEZIJL.
Naar de legende
Hier woonde eens een heel mooi meisje
Brandpunt van de jongelingschap
Eén gaf zij een toverkruisje.
't Ging uit liefde - en voor de grap.
Maar de blijde arme dwaas
Wachtte een smart, ontzettend groot,
Want hij werd een dierlijk monster.
Met een muil en paardepoot.
Voor zich zelve wou hij vluchten,
Sprong uit wanhoop in een sloot,
Maar die werd al wijder, dieper, -
Bodemloos.....daar was de dood....
Spoorloos, eeuwiglijk verdwenen
in de kolk, die men hier ziet,
Bleef hij buiten 't leed van 'leven;
't mooie heksje kreeg hij niet!
' k Zeg u dus, als wijze schrijver,
Jongeling! leer uit dit verhaal:
"Meisjesgunst is onbetrouwbaar,
En de liefde is soms fataal!"
J.D.
UIT:
DE STREEKKRANT
NOORDHORN- Noordhorn is een dorp in de gemeente Zuidhorn en ligt ten noorden van het Van Starkenborghkanaal.
Het dorp telt ongeveer 1.699 inwoners.
De naam Noordhorn betekent: noordelijke hoek en is een verwijzing naar de loop van de keileemrug, die werd gevormd in het Saalien en die hier een knik maakt.
Op deze zandrug, die onderdeel vormt van de Rolderrug, ligt het dorp.
Op een tweede knik, even ten zuiden, ontstond het dorp Zuidhorn.
In 1808 kreeg Noordhorn de status van gemeente door toedoen van Lodewijk Napoleon Bonaparte, die ze echter al snel weer kwijtraakte.
In 1890 werd de korenmolen De Fortuin gebouwd, die in 1983 werd geraustaureerd en nu de status van monument heeft.
Noordhorn neemt een belangrijke plaats in mijn leven in.
Ik woonde er immers, wel niet in het dorp zelf, maar op de Kolk, zo'n anderhalve kilometer ten westen van het dorp, tegenover de Balmahuisterweg.
Achter ons huis begon de de Oxwerdstreek, een lange rij boerderijen richting Niezijl.
Als jochie van vijf was ik op de Kolk komen wonen.
Op zich was het heel bijzonder natuurlijk, wij woonden naast de Kolk, beter bekend als de Duvelskolk, ook wel het Ypegat genoemd, maar men sprak altijd van het wonen op de Kolk.
Omdat mijn vader en moeder nogal bang waren dat wij als kinderen te dicht bij dat diepe gat zouden komen hadden ze ons het verhaal verteld dat er een "Wotterkop"in huisde.
En die was heel gevaarlijk.
Als je te dicht bij het water kwam, dan kwam hij boven en trok je de diepte in.
Het was een verschrikkelijk monster.
Dus leefde ik al brij jong met gedachten aan duivels en gedrochten waarmee je maar beter niet te maken kon hebben.
Daar kon je 'snachts wakker van worden.
Als ik naar school fietste in Zuidhorn, dan kwam ik twee keer per dag door Noordhorn.
Daar moest ik voor moeder dan wel eens een boodschap meenemen.
Roggebrood halen bij Bakker Kadijk, a\ls je daar de winkel binnen kwam, kwam mevrouw Kadijk al neuriënd vanachter de glazen deur de winkel binnen.
En als je de bestelling had gedaan, kreeg je altijd een stukje "Kankouk".
Of we gingen langs bij :Vrouw Diek", het levensmiddelenbedrijf Dijk voor een boodschap.
Het pand staat er nog steeds, het zou als monument bewaard moeten blijven!
Verder fietste il twee keer per dag langs de boerderij"Norrits".
En omdat niemand mij de betekenis van die naam kon vertellen had ik dat maar aan de meester op school gevraagd.
En die begon een groot verhaal te vertellen, uit de tachtigjarige oorloog.
Dat meneer Norrits met een groot leger vocht tegen de Spanjaarden.
En Norrits had dat verloren!
Er waren meer dan tweeduizend doden en heel veel soldaten waren op de vlucht geslagen en hadden in de Oxwerdstreek naar onderdak gezocht.
En zo ging mijn fantasie met mij op de loop.
In gedachten had ik de grote legers daar zien strijden.
Wapengekletter, paarden, schilden en het draven van die soldaten in groepen, het fascineerde mij nogal.
Toch werd ik er ook band van, toen ik op een avond in het schemerdonker langs de boerderij "Norrits"fietste, zag ik ze duidekl,
daar liepen drie soldaten om het huis, met hun wapens in de vuist, het flikkerde er over!
Ik wist niet hoe hard ik moest fietsen om thuis te komen, zo bang was ik.
Thuis heb ik maar niks gezegd.
"Je konnen toch moeiliek van jezulf zeggen dat je 'n bangeschieter waren".
Toen kwam die nacht, die vreselijke nacht.
Terwijl iedereen rustig lag te slapen hoorde ik buiten een geluid., ik hoorde het duidelijk!
Geplons van water en gekletter van metaal!
Voorzichtig ging ik uit bed en via de achterdeel sloop ik naar buiten.
Het was midden in de nacht, maar het was hartstikke licht vanwege de volle maan.
Ik kon alleen niets duidelijk onderscheiden omdat het heel erg mistig was.
Wat ik wel zag waren drie gedaanten die met een groot zwaard in de hand rondom de Duvelskolk slopen.
In mijn angst zag ik duidelijk dat het soldaten waren en die probeerden nu natuurlijk die "Wotterkop"dood te maken.
Steeds weer kwam het water omhoog en met een angstaanjagend gebrul kwam het monster te voorschijn.
Uit zijn ogen kwam vuur en zijn adem siste.
Maar de soldaten waren te snel, zodra de "Wotterkop" uithaalde trokken ze zich een stukje terug en zo gauw als het monster even stil was sloegen ze toe met hun lange zwaarden.
Het was een gevecht zoals nooit een ander mens gezien heeft.
Ik stierf bijna van angst.
Met een noodgang ben ik naar de slaapkamer gevlucht en heb ik mijn hoofd diep onder de dekens gestopt.
Nog steeds hoorde ik het gebrul van de "Wotterkop"en zag ik alles weer voor me.
Uiteindelijk viel ik tocn in slaap.
Nu ik wat op leeftijd ben gekomen weet ik zeker dat de soldaten de Wotterkop dood gemaakt hebben.
Want noch van de soldaten, noch van de Wotterkop heeft ooit iemand weer wat gehoord.
Alleen de historie van Noordhorn vertelt nog iets van de Duvelskolk en ook van de slag bij Noordhorn.
*********************************************************************************MIJN CANON
Met mijn CANON in de buuts
Scheur ik door Noordhorn
Ver van huis maar in mijn sas
met de CANON in de buuts
door die eindeloze jaren
En dan moet ik even denken
Aan mijn vrouw die op me wacht.
Het is niet erg om hier te foto's te maken
Zoveel jaren veel bruggen alhier
en mijn CANON zal me brengen
door de nevel en de kou
Als ik thuis bent
Blijf ik wat langer als het gaat
en je weet ik zou graag willen.
Maar dat is iets wat niet bestaat.
De CANON brandt in mijn buuts
als ik naar buiten kijk.
Dan moet ik even denken
aan mijn vrouw die hier staat met mijn CANON
die ze heeft hem weer geladen
voor een nieuw loopje
door Noordhorn en even stop ik
op een pleintje voor de brug.
Hoe vaak ik hier gestopt ben?
Dat weet allen mijn CANON!
*************************************************